Waar een lamp aangaat, kan de duisternis niet toenemen

10

APRIL 2019

RTL Boulevard en Shownieuws die als gevolg van The Passion aandacht besteden aan de laatste uren van Jezus. Lauren Daigle die haar getuigenis mag zingen bij Ellen Degeneres en The Tonight Show. Misschien zeggen deze namen je niets, maar er lijkt meer ruimte te komen voor het christelijk geloof in het publieke domein.

Foto: (C) EO/KRO-NCRV, Willem Jan de Bruin

Dit artikel verscheen eerst in IDEAZ 1 van 2019, het praktijkblad van MissieNederland over missionair kerk-zijn in binnen- en buitenland.

 

Ik hoor het mezelf nog zeggen: “het contrast tussen het licht en de duisternis wordt in deze tijd steeds groter.” Ik was tiener, las de boeken van de Laatste Bazuin en hield het nieuws goed in de gaten. Ik zag mooie dingen van God, toewijding onder christelijke jongeren, maar ik was me ook bewust van toenemende duisternis. In de media bijvoorbeeld, of in bepaalde games. De scheidslijn was duidelijk.

Maar hoe terecht is zo’n uitspraak eigenlijk? Klopt deze zwart-witte indeling van de wereld wel? Want als ik even simpel kijk naar de uitspraken van Jezus over onze roeping, dan valt er iets op. Hij zegt dat we het licht in de wereld zijn (Matteüs 5 vers 14). Als dat waar is – en daar ga ik van uit – dan kan het eigenlijk niet zo zijn dat het contrast groter wordt. Want waar een lamp aangaat, kan de duisternis niet toenemen. Tenzij… je die lamp onder een gesloten kap plaatst (ook wel bekend als korenmaat). Weggestopt in een kerkgebouw of sporthal. Als de wereld steeds donkerder wordt, dan gaat er iets mis met het besef van onze identiteit: licht.

Zo was het eigenlijk ook in de media. Langere tijd was er een grote kloof tussen de christelijke media en de ‘wereldse media’. De EO bediende haar eigen achterban en probeerde zich vooral te onderscheiden van de wereld. Er werden wel pogingen gedaan om een net naar de wereld uit te gooien, hopend op vissen (en die waren er gelukkig ook). Maar de afstand tussen de christelijke omroep en de wereld leek alleen maar groter te worden. Net als dat ‘wij (thuis) geen VPRO keken’, keken anderen geen EO. Want: die stond bekend om het opgeheven vingertje. De bekende EO-gezichten zag je dan ook niet bij andere omroepen aan tafel schuiven. Nee, als christenen leefden we in onze eigen bubbel. Dat zag je zelfs op de publieke tv.

Anders-zijn als unique selling point

Ik hoef hier verder geen verhaal te schrijven over de verzuiling, zo sterk was die al niet meer toen ik opgroeide in de jaren ’00. Maar toch sloop dat zwart-witte wereldbeeld er wel bij me in. Het vingertje werd fysiek niet meer opgeheven, maar van binnen was het oordeel er wel. Want ‘wij geheel anders’. Alsof ons anders-zijn dan de wereld ons moest vertellen wie we waren. Alsof dat ons unique selling point was. 

Met de krimpende kerk in beeld en de toenemende secularisatie, lijkt begin jaren ’00 het bewustzijn toe te nemen dat het zo niet langer gaat. Als we willen dat anderen ons zien als licht van de wereld, zullen we wel werkelijk met hen in verbinding moeten staan. Vertellen wat die ander fout doet, helpt daar doorgaans niet bij. Meestal weten mensen dat al lang. Ik denk maar even aan Johannes 4, waarin Jezus de vrouw bij de waterput ontmoet. Hij draait niet om de moeilijke onderwerpen heen, maar lijkt vooral de boodschap ‘Ik zie je’ te geven, of meer nog: ‘God ziet je’.

Als het contrast tussen licht en duisternis groter wordt, dan gaat er dus iets mis met onze opdracht om het licht van de wereld te zijn

Geïntimideerd door de duisternis?

Als we willen dat iemand open zal staan om Jezus te ontmoeten, zal het veilig voor hem moeten zijn om tevoorschijn te komen. Met dat wat er in hem is. Hoe duister ook. Maar als wij schrikken van die duisternis, is dat bijzonder lastig. En dat is precies hetgeen wat ik proef in dat zwart-witte wereldbeeld. Soms denk ik: we hebben ons bang laten maken voor de duisternis. Maar dat klopt niet met het evangelie. Jezus heeft de duisternis overwonnen. De duisternis heeft het licht niet in haar macht gekregen (Johannes 1 vers 5). Waarom zijn we waarschuwen voor dat wat niet goed is dan als kerntaak gaan zien? Waarom laten we ons intimideren door het donker?

 Om tegen die intimidatie in te gaan, is moed nodig. Die moed is er, wanneer we ervan zijn overtuigd dat het licht sterker is. Daar waar het licht aan gaat, kan het niet donkerder worden. Een mooi voorbeeld in dat kader vind ik het programma Adieu God? van Tijs van den Brink. In dit programma gaat het hij onbevangen het gesprek aan met mensen die hun geloof in God vaarwel hebben gezegd. Meer dan honderd afleveringen luisterde hij al met oprechte interesse naar hun verhalen. Je zou kunnen denken: waarom maakt een evangeliserende, evangelische omroep een programma over mensen die God verláten? Maken we daarmee niet juist antireclame? Moeten we niet vooral focussen op de getuigenissen van mensen die God vinden? Zoals in De verandering? En toch. Honderd afleveringen oprecht luisteren, levert iets op. Verbinding, openheid om ook jouw kant van het verhaal te horen. Dat werd sterk zichtbaar in de talkshow Pauw (BNNVARA), waar Tijs van den Brink vanwege die 100e aflevering aan tafel mocht schuiven. Daar mocht hij met een kleine miljoen kijkers delen over waarom hij na al die gesprekken nog steeds gelooft. Hij ontving sympathie. En ik ben ervan overtuigd dat dat afstraalt op het beeld dat mensen van God en van christenen hebben.

Momenten van licht

Het is een moment van licht in de ‘mainstream’ media. Op een plek waar ik het niet zo snel verwacht. Gewoon aan tafel bij programma’s waar voorheen vrijwel geen ruimte was voor je christelijke levensovertuiging. Nog een voorbeeld: terreurdeskundige Beatrice de Graaf is te gast bij De Wereld Draait Door (afgelopen oktober). Ze is daar om te vertellen over haar nieuwe boek Tegen de terreur. Een boek over de eerste gezamenlijke Europese strijd tegen terreur, nadat Napoleon werd verslagen. Beatrice vertelt er uitgebreid over, maar presentator Matthijs van Nieuwkerk wil eigenlijk nog iets anders weten. Hij is geïntrigeerd door uitspraken die Beatrice eerder deed in het Algemeen Dagblad. Daarin vertelde ze over hoe ze gelooft dat het kwaad door God is overwonnen en dat er écht een einde aan komt. Matthijs kan daar niet bij. Hoe kun je zoveel met het kwaad in aanraking komen – als terreurdeskundige notabene – en dát geloven. Het levert een intiem televisiemoment op waarin oprecht gezocht wordt. 

“Alleen al met haar aanwezigheid bracht ze vrede. Ze bracht iets waar mensen naar hunkeren”

Ik word bijzonder enthousiast van zo’n moment van licht. Maar als je goed kijkt, zijn er veel en veel meer van die momenten. Want ook als Beatrice in dit bewuste gesprek niet expliciet iets van haar geloof had mogen delen, was zij licht. Ik zal uitleggen waarom ik dat zeg: we leven in een maatschappij vol angst. Mensen maken zich zorgen. Maar dan hoor ik op een maandagavond een vrouw vertellen over terrorisme. En ik proef dat die vrouw vrede heeft, dat ze vertrouwen heeft. Dat ze zich niet gek laat maken door dreiging of het kwaad dat ze tegenkomt in mensen. Alleen al met haar aanwezigheid bracht ze vrede. Ze bracht iets waar mensen naar hunkeren. En Matthijs van Nieuwkerk proefde het. “Ik ben jaloers op jouw geloof.”

Van tegenover naar naaste

Ik verlang ernaar dat meer christenen op die manier hun licht laten zien in de media. Dat we vrede brengen. Dat we werkelijk laten zien wat het is om vrij te zijn. Dat we niet het podium zoeken omdat we hunkeren naar aandacht, maar omdat we weten dat we gekend en geliefd zijn door onze Maker. Omdat we weten dat we Zijn licht mogen brengen.

Misschien is dat toch een manier van anders-zijn. Maar nu niet als een tegenover, maar als een naaste. Toegankelijk en benaderbaar.

Dat brengt mij bij mijn vraag: hoe kunnen we onszelf en onze boers en zussen toerusten om hun plek in te nemen in het publieke domein? Om daar licht te brengen, hun plek in te nemen op het podium dat zij krijgen. Hoe kunnen we hen begeleiden om daar gezond mee om te gaan?

Maar ook: zijn wij oprecht bewogen met hen die een invloedrijke plek hebben en die het – naar ons idee – nu niet goed gebruiken? Bidden we voor hen? Bidden we dat ze Jezus mogen ontmoeten? Zijn we er voor hen, op het moment dat ze vragen hebben en zoekend zijn?

Dit artikel verscheen eerst in IDEAZ 1 van 2019, het praktijkblad van MissieNederland over missionair kerk-zijn in binnen- en buitenland.

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kan ik jou helpen groeien in werkelijke verbinding?